Geen kleine sufferd!

Het was in 1965. Toen was ik 14 jaar oud en nog helemaal groen achter de oren.
Mijn vader had mij zijn oude bromfiets gegeven om te leren sleutelen, want daar had ik al lang over gezeurd.
Het was zijn oude, maar nog goed rijdende Kapitein Mobilette uit 1959. BLIJ was ik!
kaptein-mobylette-1954

Mijn eerste echte Bromfiets!
Op een dag was ik weer eens aan die bromfiets aan het knutselen en liep mijn lieve buurmeisje Alie langs. Toen het aller knapste meisje dat ik kende en was ook nog smoorverliefd op haar.
Ze vond het zo knap van mij dat ik aan een bromfiets kon sleutelen…en ik geloofde haar ook nog.
Totaal afgeleid door haar vergat ik de borgmoer te monteren waarmee het vliegwiel vast zat. Ze vroeg met een lieve glimlach,”Doetie ut al?” “Nou, zeker”, zei ik. Met een rood hoofd liet ik haar zien hoe hard de motor wel kon draaien. Vrij op de standaard  gaf ik vol gas! Hij ging steeds sneller en sneller!
Het maximum toerental bereikende vloog het vliegwiel er plotseling met razend snelheid af. Het ging toen nog vele malen sneller draaien door de vrijgekomen energie.

Men snapt dat de indruk die ik wilde maken een stuk dieper werd dan bedoeld.
Die indruk werd dieper en dieper naarmate het vliegwiel zijn weg vervolgde.
Het stuiterde tegen muren en schuttingen, bedacht zich even en bleef even toen op één plek even staan draaien en koos een richting. Ging er plotseling weer razend vandoor met veel lawaai. Tijdens deze angstige rit vloog het door een smal poortje met houten schuren en ging aan het einde de hoek om en een straat in.
Nog steeds vol energie ging het vliegwiel nog een bocht om en ramde een paar dure mooi gelakte auto’s en voordeuren van woonhuizen, raakte hier en daar een belknop  aan en liet wat fraaie veuren achter. Bedreigde even later een paar voetgangers en mistte ze op een haar na.
Buurvrouwen die open hadden gedaan na het aanbellen, sloegen boos de deur weer dicht met de woorden “Bah, weer van die belletjelellers”.
Het vliegwiel brak ook nog een paar melkflessen die verderop voor een deur stonden. Een grote ravage achterlatend ging het weer snel verder, zoekende naar meer. Schroeide toen het achterwerk van een verbaasd kijkende hond en ging er als een razende weer vandoor, net als de hond die eveneens gierend en nog na-rokend een andere kant op rende.
Toen ging het heel even een bakkerij binnen, boorde zich door een groot brood en ging direct weer naar buiten, vervolgens ging het bij de groenteboer naar binnen om een banaan te prakken, tikte even een ruit in bij de fietsenmaker in (die altijd zeurde dat we bij hem voor de winkel niet mochten voetballen), gaf een vervelende buurjongen een veeg, kwam uiteindelijk langzaam mijn richting uitrollen en viel vermoeid en nog natrillend, rondtollende als een uitdraaiende munt voor mij neer.
Ik zei tegen de omstanders dat ik het vliegwiel nergens van kende, maar viel door de mand omdat Alie mij een compliment gaf voor deze spectaculaire demonstratie.

Nadat mijn ouders de politie hadden gesproken, alle schade hadden geregeld met de benadeelden en ik weer een beetje kon zitten op mijn rode achterlichten die ik kreeg van mijn vader, heeft het vliegwiel zich voortaan voorbeeldig gedragen.
Toen mijn vader achteraf mij weer wilde spreken zei hij, “Jongen…weet je? Je bent echt geen kleine sufferd hoor. Dat je dat niet denkt!” Nou dat stelde mij gerust!

NB,
Mijn verhalen zijn iets bloemrijk verteld, maar berusten grotendeels op wat werkelijk is gebeurd.

Jacques Mul

KLIK OP DEZE TEKST ALS U NOG EEN VERHAALTJE WILT LEZEN

Bewaren

Bewaren

Bewaren