De LOELOE

In mijn verbeelding had de Loeloe een hoofd in de vorm van een klokkentoren
welke er in het donker angstaanjagend uitzag.

 

De Loeloe was de belichaming van al onze kinderangsten.
Ik denk dat ieder kind wel zijn of haar eigen Loeloe kent.
De Loeloe zat bij mij onder het bed, in de alkoof (vroeger was daar de bedstee), in een donkere kast en in donkere kelders. Het park  ‘s avonds in het donker of achterom in de donkere poort waren enge plekken waar de Loeloe kon huizen.
De Loeloe kon ook in de sloot of een diepe put zitten, samen met de ” Bullebak “.
Het bestaan van de Bullebak  geloofde ik niet. Dat zei een buurvrouw alleen maar om ons bij de sloot of put weg te houden zolang we niet konden zwemmen.
De Loeloe was het spook waar mijn broer en ik wel grote angst voor hadden en waarmee wij zelfs oog in oog hadden gestaan.
Eens mochten wij een paar uur alleen thuis blijven ‘s avonds omdat onze ouders een belangrijke afspraak hadden. Toen onze ouders thuis kwamen zaten wij samen bovenop een hoge kast.
Ja, wij hadden de Loeloe gezien in het donkere aardappelhok onder de trap.
Hij had hele  grote enge ogen!  En een kop als een kerktorenspits!

Gelukkig wist mijn vader de Loeloe altijd weer het huis uit te jagen zodat wij weer met een gerust hart konden gaan slapen. Vader ging dan naar boven, naar waar wij sliepen. We hoorden dan een hoop lawaai van boven komen en het raam daarna hard dichtslaan. Mijn vader riep er dan bij “ Hee Loeloe,  waag het niet om terug te komen rare engerd! ” Moeder riep dan naar boven “Jan is hij weg? “. Hij had het monster gewoon uit het raam gesmeten zei hij dan als hij naar beneden kwam.
De Loeloe leefde niet lang. Ongeveer tot ik een jaar of zes werd.

Later vroeg ik mijn ouders wie de naam Loeloe had bedacht. Dat bleek ik zelf te zijn.
De oude buurvrouw naast ons had de gewoonte rond zeven uur naar bed te gaan. Voordat ze dat deed ging ze eerst haar keel gorgelen met een drankje tegen keelpijn.
Dat deed ze dan zo hard, dat wij het door de muren heen konden horen en klonk ongeveer zo: “Gloegloegloegloegloegloegkoegloegloegloegloegloegloegkoegloe!”
Naar mijn idee was dat het monster waarvan ik dacht dat deze zich gemakkelijk onder mijn bed kon verstoppen. Logischerwijs noemde ik het monster “De Loeloe” .
Mijn vader had er wel schik in en hield het maar zo. Altijd handig als we weer eens tegendraads waren.
 
Mijn broer en ik met Miepie de Kater

Jacques Mul 2018