Plannen, dromen, mogelijkheden die er ooit waren, maar nooit zijn uitgekomen.
Door geschrapte goede plannen is alles veranderd vanaf dat moment.
Daardoor kan bijvoorbeeld een stad er heel anders uitzien dan anders het geval was geweest.
Wie denkt daar nooit over na?
Maar er is ook een poëtische betekenis mogelijk.
Het is een pad dat je nooit hebt bewandeld, maar wel als je een andere keuze had gemaakt.
Bijvoorbeeld een huis, waar je nooit ben gaan wonen omdat het net anders is gelopen dan je van plan was.
Je naam die anders was geweest als je ouders iemand hadden gekozen.
Misschien zijn er andere versies van jou in een parallelle wereld.
Maar waar ik zelf aan denk?
Dat is hoe de wereld er had uitgezien als uitvindingen zoals de stoommachine in de la waren blijven liggen.
Misschien was met met wind en luchtdruk aan de gang gegaan om machines te laten draaien.
Bijvoorbeeld een Tram die op luchtdruk rijdt.
In 1958 tekende een ingenieur uit Eindhoven iets geks. Gee dieselmotor, geen kabels boven de straat.
Hij wilde een Tram laten zweven. Geen zweven zoals op magneten, maar op lucht.
Kleine turbines onder de wagons die de straat een paar centimeter wegduwden.
Zacht en stil, zonder rails die de stad opensneden.
De gemeente was enthousiast. Geen krakende rails meer. Geen files bij kapotte wissels. Kinderen zouden achter de tram aanrennen, niet voor de vaart, maar om het gezoem te horen.
Een gezoem klinkend als een Hommel.
Maar toen kwam 1961.
De olie was toen heel goedkoop.
Bussen waren flexibel. En de ingenieur….. die werd ziek.
Zijn mappen verdwenen in een archiefkelder in Tilburg, tussen belastingaangiftes en oude telefoonboeken.
Zijn toekomst nam een andere afslag.
Een stad waar de straten heel bleven, waar je overal kon oversteken zonder groen licht voor de Tram. Het ging helaas niet door.
Soms, als ik ’s nachts door lege straten loop en de wind onder mijn voeten voel, denk ik: hier had hij misschien gereden. Geen Trambel, alleen dat zachte gezoem. Een vergeten toekomst die één handtekening te kort kwam.
De draaischijf die kon filmen
Het was 1974.
In een lab te delft lag een prototype op tafel dat er uit zag als een normale bakelieten telefoon.
Zwaar, roomwit, met een schijf met gaatjes waar je je vinger in moet steken om te draaien.
Rikketikketik…. een nummer draaien.
Maar in het midden, waar normaal het nummerglaasje zat van glas en papier, zat een lens.
Zo klein als een knopje. De ingenieur had iets bedacht: filmstrookjes zo dun als papier. Opgerold achter de draaischijf. Druk je op het haakmechanisme, dan nam hij 10 seconden op.
Geluid én beeld. Korrelig, sepia, met de randen die zwart werden.
Hij noemde het “de herinneringstelefoon”.
Bel je oma, en aan het einde van het gesprek kon ze zeggen: “wacht, glimlach even”. KLIK!. Later kon je dat filmpje afspelen door het nummer van je eigen telefoon te draaien. Je hoorde je eigen stem, en zag je gezicht van toen.
De telefoonmaatschappij vond het te duur, Te kwetsbaar. “Mensen bellen om te praten, niet om te kijken,” zeiden ze.
Dus ging het archief in. Doos 14B. Tussen de FAX-prototypes. Die FAX heeft het trouwens wel gehaald en is enige jaren in gebruik geweest. Via een telefoon in het FAX-apparaat kon je een foto verzenden op A4 formaat, of een tekening met tekst. Aan de andere kant kwam er een papier uit welke werkte met warmte, waardoor er in zwart/wit een kopie uit kwam.
Uiteindelijk kwam wel de Smartphone, welke plat, stil en altijd aan is.
De toekomst van de ingenieur werd anders: elke telefoon een klein album. Geen cloud, geen abonnement. Gewoon een doosje met strookjes film die je in een schoenendoos bewaarde. “Kijk schat, dit was jij op je 5e, toen je mij belde om te zeggen dat je tand verloren was”.
Ik restaureer nog af en toe een oude bakelieten telefoon voor mensen die er aan hechten om zonder druk van altijd aanwezig te moeten zijn en altijd klaar moeten staan om te reageren via een smartphone.
En dan vraag ik mij af: wat als we nu nog steeds moesten opdraaien om ons zelf terug te zien?
We hadden zeker minder gefilmd. Maar wat we wel hadden, was vooral tijd!
Hier nog eentje:
En wat als de stoommachine techniek was overgeslagen?? Die is ook mooi!
De wereld die wind leerde denken
Stel: James Watt had in 1769 zijn ketel nooit aan de praat gekregen of was samen met zijn ketel de lucht in gegaan.
Dus kwam er geen stoommachine voorlopig. Geen fabrieken die 24 uur per dag sisten en machinale herrie maakten.
Geen treinen die zwart rookten door het landschap en de lucht vervuilden.
Dan had de wereld iets anders moeten leren: GEDULD!
1800
In plaats van kolen, graven we dieper naar zon. Spiegels op heuvels zo grrot als kerken staande op heuvels. Ze vangen het zonlicht en sturen het via waterkanalen naar de stad,
geen rokende fabriekspijpen, maar glazen torens die de hele dag ademen. ’s nachts valt alles stil. Mensen slapen mee met de zon.
1850
Geen spoorwegen van staal. Wel “windwegen”. Kanonnen die luchtdruk schieten door buizen onder de grond. Je stapt in een capsule, de buis zuigt je 80 km/uur vooruit. Stil en schoon.
Maar alleen als het waait. Een stormdag? Iedereen blijft thuis en drinkt thee. Snel was toen geen deugd.
1900
Steden groeien niet in de hoogte, maar in de breedte.
Tussen elk huis staat een mast met zeilen. Wijken heten : “Noordenwind “of “Zuidwester”.
Kinderen leren eerst wind lezen, dan boeken lezen. Er is geen luchtvervuiling, geen Astma en andere longziektes. Wel een kalender vol dagen waarop “de wind het niet deed”.
Maar dan nu in 2026:
Onze telefoons werken op opgeslagen zon.
Traag. Een videoladen duurt wel een minuut.
Maar iedereen heeft de tijd. We praten met elkaar en langer.
We bouwen huizen die minstens 300 jaar meegaan, omdat haast geen optie is.
De maan hebben we nooit bereikt.
Raketten op luchtdruk kwamen niet ver van de grond.
Maar we hebben wel geleerd te leven met wat de aarde ons geeft, zonder haar leeg te koken en te slopen.
We hadden minder of geen oorlogen gehad en waren veel gelukkiger geweest naar mijn idee, omdat haast niet bestond.
Geen piepende mailbox om 23.00 uur. Geen “kun je dit of dat nog even snel”.
Als de wind sliep, sliep jij mee. Als er geen zon was, ging het licht uit. En dat was Oké.
Misschien hadden we minder dingen, maar meer tijd tussen de dingen.
Treinen reden alleen als de wind goed stond. Dus sprak je op het perron langer met vreemden.
Fabrieken gingen dicht bij nacht.
Dus at iedereen samen.
Je dacht langer na voordat je iets maakte, want foute waren duurder als je die maakte.
De stoommachine gaf ons kracht.
Maar die wereld zonder stoom had ons misschien iets beters gegeven: ritme.
Het ritme van de aarde, in plaats van het ritme van de machine en geldbejach.
Een vergeten toekomst is soms gewoon een zachtere en betere toekomst.
Stel dat je daar in had geleefd…welk beroep zou jij dan hebben gehad?
Iemand die spiegels bouwt of schoonmaakt, of iemand die de wind voorspeld?
Iemand die over de hele wereld kon reizen op de wind, waar geen grenzen of oorlogen woeden?
Dat klinkt toch als de mooiste versie van jezelf?
De Windreiziger:
Je gezin met kinderen…allemaal in een capsule van gevlochten bamboe en zeildoek.
Licht als een blad. Geen paspoorten, geen douane. Alleen een kaart van windstromen die monniken in de Himalaya eeuwen geleden tekenden.
’s ochtends kijk je naar de wolken. “noordenwind vandaag”, zeg je. De kinderen juichen . Jullie klimmen in de capsule, de klep gaat dicht. Een klap van lucht, en de wereld onder je wordt kleiner. Bergen worden rimpels in een deken. Zeeën worden blauw glas.
Onderweg stop je waar de wind gaat liggen. Een dorp in Patagonië voor een week, omdat de ouderen daar verhalen vertellen die drie nachten duren.
Je leert praten met je handen, omdat taal overal anders klinkt. Je kinderen kennen geen “thuisland”.
Hun thuisland is de lucht tussen de landen.
Oorlog?
Die was er nooit. Lastig vechten als je steden elk seizoen verhuizen met het seizoen.
Die tekende niemand op een kaart. Alleen op de wind: “hier waait de passaat, daar de moesson”.
’s avonds als de capsule landt, zet je het zeil uit als deken. Je kijkt naar de sterren die elke nacht op een andere plek staan. En je denkt: dit is rijkdom. Niet wat je hebt, maar hoe ver je samen kunt komen zonder iemand pijn te doen.
Een vergeten toekomst…. Maar wat als we er stukjes van kunnen meenemen>
Reizen zonder haast. Geen grenzen die je tegenhouden.
Overdag:
De zon maakt je wakker en je zeil warm en goudkleurig.
We vliegen laag, net boven de rijstvelden van Vietnam.
De kinderen hangen half uit de capsule en zwaaien naar de boeren en boerinnen, die terug zwaaien met hun hoeden.
Iemand gooit mango’s omhoog die we vangen.
Het sap loopt langs mijn kin.
De wind ruikt heerlijk naar aarde en kruiden.
Tegen mijn jongste zeg ik “elk land geeft een ander ontbijt”.
En ze gelooft mij.
In de nacht:
We stijgen hoger.
De zonnewarmte is weggevallen, maar de sterrenwind komt er aan.
Koud, stil en sneller.
De hele wereld onder ons wordt zwart met stipjes licht. Net als de sterren boven ons.
Mijn vrouw legt een deken over de kinderen.
Ik stuur op de Poolster.
Niemand zegt wat.
We horen alleen het zachte ruisen van het zeil.
Het voelt alsof je door de aderen van de aarde gleidt.
“Pappa, zijn we op de maan?”, vraagt onze zoon slaperig.
Ik zeg, “bijna. We vliegen door de adem van de maan”.
Avontuurlijk ja. Omdat je nooit weet wanneer je wakker wordt. Vandaag tussen de fjorden van Noorwegen, morgen boven de Sahara. Ons huis heeft geen adres.
Het heeft een windrichting.
Het gekke is: zonder stoommachine leerden mensen niet o de wereld te bezitten. Ze leerden om mee te bewegen. Geen muren, geen oorlogen om land. Alleen het delen van de wind.
Waar zou jij naar toe willen zeilen?
Jacques Mul,
30-5-2026